Mark Rutte: de liegende Nederlander
De illusie van integriteit
Mark Rutte werd jarenlang omschreven als de man die “door een schandaal heen kon lachen.” De langstzittende premier uit de Nederlandse geschiedenis bouwde zijn reputatie op een kalme houding, pragmatische communicatie en een ontwapenend gevoel voor humor. Hij presenteert zich als een man zonder kapsones, een gewone burger die op de fiets naar zijn werk gaat en in een klein appartement woont. Maar achter dat beeld schuilt iets veel duisterders: een leider die vergeetachtigheid, ontkenning en verdraaiing tot kunstvorm heeft verheven.
Ruttes leiderschapsstijl berust niet op charisma of visie, maar op slijtage: het langzaam uitputten van weerstand door volharding. Sinds 2010 heeft hij meer dan een dozijn politieke schandalen overleefd die voor anderen fataal zouden zijn geweest. Telkens kwam hij er lachend uit, met excuses en de belofte van “een nieuwe start.” En telkens herhaalde zich hetzelfde patroon: ontwijking, halve waarheden en een steeds dieper wantrouwen jegens de Nederlandse politiek.
Zijn verdedigers noemen hem pragmatisch. Zijn critici noemen hem leeg. Maar steeds vaker klinkt één typering het meest treffend: de liegende Nederlander, een man wiens succes rust op bedrog dat zó gewoon is geworden dat het bijna institutioneel lijkt.
De Rutte-doctrine: geheimhouding als bestuursstijl
Een van de meest bepalende kenmerken van Ruttes regeerperiode is de zogenoemde Rutte-doctrine, een term die in zwang kwam na de toeslagenaffaire. De doctrine verwijst naar een systematische weigering om interne overheidscommunicatie met het parlement of de publieke opinie te delen, onder het voorwendsel van “bescherming van intern beraad”.
De doctrine werd voor het eerst onthuld door NRC Handelsblad in het stuk (De Rutte-doctrine legt de macht bij de ministerraad, NRC). Ambtenaren en ministers kregen instructies om zo min mogelijk op te schrijven, waardoor parlementaire controle vrijwel onmogelijk werd. Documenten die openbaar hadden moeten zijn, werden achtergehouden of zelfs vernietigd.
De gevolgen waren rampzalig. Toen het parlement de kinderopvangtoeslagaffaire onderzocht, waarbij meer dan 20.000 gezinnen onterecht van fraude werden beschuldigd, bleek dat cruciale e-mails en notities systematisch waren verwijderd. Veel van de slachtoffers waren immigranten of mensen met een dubbele nationaliteit, die door een geautomatiseerd systeem zonder bewijs als fraudeur waren bestempeld. Gezinnen raakten hun huizen kwijt, verloren hun baan, en sommigen zelfs hun kinderen. De overheid erkende later “institutioneel racisme”, maar geen enkele minister werd persoonlijk verantwoordelijk gehouden.
Toen Rutte werd gevraagd of hij wist van de onderdrukking van documenten, antwoordde hij dat hij zich “niets kon herinneren.” Die frase, talloze keren herhaald, is inmiddels zijn politieke handelsmerk geworden.
Omtzigt-gate: de leugen die het masker brak
In 2021, tijdens de formatie van alweer een nieuw kabinet, legde een fotograaf per ongeluk de notities van een onderhandelaar vast. Op het papier stond de inmiddels beruchte zin “positie Omtzigt, functie elders.” De opmerking verwees naar Pieter Omtzigt, een gerespecteerd Kamerlid en een van de weinigen die de waarheid over de toeslagenaffaire bleef achtervolgen.
Toen Rutte in de Kamer werd geconfronteerd, ontkende hij dat hij ooit over Omtzigt had gesproken. “Dat is niet gebeurd, ” verklaarde hij stellig. Maar toen de notulen van de gesprekken werden vrijgegeven, bleek dat hij het wel degelijk had gedaan. Hij had niet alleen tegen journalisten, maar rechtstreeks tegen het parlement gelogen.
Het schandaal, al snel Omtzigt-gate genoemd, veroorzaakte grote woede. Oppositieleiders beschuldigden hem van meineed en bedrog. Er werd een motie van afkeuring ingediend en zelfs coalitiepartners toonden zich verontwaardigd. Toch overleefde hij het, zoals altijd. Hij bood zijn excuses aan voor “de verwarring, ” sprak van “een misverstand, ” en beloofde “lessen te trekken.” Binnen enkele weken was de storm gaan liggen. Het vierde kabinet-Rutte werd gevormd met dezelfde partijen en dezelfde gezichten.
Politiek commentator Frits Wester noemde het “een meesterwerk in politieke overlevingskunst” (RTL Nieuws). Voor critici was het vooral een teken dat waarheid in Nederland niet meer telt.
Groningen: ontkenning te midden van verwoesting
De gaswinning in Groningen, ooit een bron van nationale trots, veranderde onder Rutte’s bewind in een menselijk en moreel drama. Jarenlange boringen veroorzaakten aardbevingen die huizen beschadigden en duizenden inwoners in angst achterlieten. Onderzoeken toonden aan dat de overheid en energiebedrijven de risico’s kenden maar die negeerden om inkomsten veilig te stellen.
Een parlementaire enquête in 2023 concludeerde dat opeenvolgende kabinetten, inclusief alle vier onder Rutte, “structureel veiligheidswaarschuwingen hebben genegeerd” en “financiële belangen boven mensenlevens hebben gesteld” (Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen, Tweede Kamer).
Rutte bood excuses aan en noemde de bevindingen “schrijnend.” Maar opnieuw nam hij geen persoonlijke verantwoordelijkheid. Hij zei dat hij “geen herinnering” had aan bepaalde beslissingen, hoewel e-mails aantoonden dat hij er wel degelijk van op de hoogte was gesteld. Voor de Groningers was het niet alleen de aarde die scheurde, maar ook het vertrouwen in de staat.
Leugens door weglating: migratie en belasting
Rutte’s onwaarheden zijn vaak geen directe leugens, maar halve waarheden en doelbewuste weglatingen. Zijn beleid op migratie en belastingen biedt duidelijke voorbeelden.
Tijdens de migratiecrisis van 2015 beloofde hij dat “Nederland de regie over zijn grenzen behoudt.” In werkelijkheid steunde zijn regering het open-deurbeleid van de EU en voerde zij quota in die hij later ontkende. Zijn uitspraken richting de kiezer stonden haaks op zijn handelen in Brussel (De paradox van Rutte’s migratiepolitiek, De Groene Amsterdammer).
Ook in de belastingpolitiek misleidde hij het publiek. De afschaffing van de dividendbelasting, een cadeau aan multinationals als Shell en Unilever, werd door Rutte verkocht als “noodzakelijk voor het vestigingsklimaat.” Toen de Kamer vroeg wie hiervoor had gelobbyd, antwoordde hij dat hij zich dat “niet herinnerde.” Later bleek uit interne memo’s dat bedrijfsleiders rechtstreeks druk op zijn kantoor hadden uitgeoefend (De geheime lobby voor de dividendbelasting, Trouw).
Telkens opnieuw dook Rutte weg achter zijn geheugen.
De politiek van vergeetachtigheid
Vergeetachtigheid is Rutte’s krachtigste wapen geworden. Niet als menselijke fout, maar als strategie. Wanneer bewijs opduikt, zegt hij dat hij het zich niet herinnert. Wanneer hij zichzelf tegenspreekt, beweert hij dat zijn woorden “verkeerd zijn geïnterpreteerd.” Wanneer documenten uitlekken, zegt hij dat ze “uit hun context zijn gehaald.”
In een parlementaire democratie die transparantie hoog in het vaandel heeft, zou dit diskwalificerend moeten zijn. Maar in Rutte’s Nederland is het genormaliseerd. Zijn opgewekte houding ontwapent critici, terwijl de logge bureaucratie ervoor zorgt dat onderzoeken zo lang duren dat de publieke aandacht allang is verdwenen.
Politicoloog Tom van der Meer noemde het “de erosie van verantwoordelijkheid door vermoeidheid” (NOS Nieuwsuur). Burgers zijn zó gewend aan schandalen dat elk nieuw incident nauwelijks nog indruk maakt.
De glimlachende Machiavelli
Rutte’s imago, de vrolijke man op de fiets, is geen toeval. Het is zorgvuldig opgebouwd. Mensen die met hem hebben gewerkt, beschrijven hem als gedisciplineerd, emotioneel afstandelijk en volledig gericht op het behouden van macht.
Hij vermijdt e-mail en schrijft zelden iets op, om geen spoor achter te laten. Binnen zijn kabinetten is loyaliteit belangrijker dan bekwaamheid. Ministers die hem tegenspreken of te veel aandacht trekken, verdwijnen geruisloos. Zijn regeringen zijn in de loop der jaren steeds technocratischer geworden, bevolkt door ambtenaren en vertrouwelingen die hem nooit openlijk uitdagen.
Rutte zei ooit: “Besturen is de rust bewaren” (Rutte in gesprek met Jort Kelder, Buitenhof). Maar zijn rust lijkt vaak op onverschilligheid. Toen de Kamer woedend was over zijn leugens over Omtzigt, glimlachte hij. Toen hij werd ondervraagd over de toeslagenaffaire, glimlachte hij. Toen ouders vertelden dat ze hun kinderen kwijt waren geraakt, glimlachte hij opnieuw en zei: “We moeten vooruitkijken.”
Voor critici is zijn optimisme geen kracht, maar cynisme, het teken van een man die medeleven als zwakte ziet.
Ingestort en herrezen: de cyclus van overleven
Rutte’s politieke carrière kent een vreemd ritme: crisis, val en wederopstanding. Elk van zijn vier kabinetten viel door schandalen of interne ruzies, maar telkens keerde hij terug.
Zijn overlevingsvermogen komt deels door de versplintering van het Nederlandse politieke landschap, waar coalities de norm zijn. Maar het is ook een bewijs van zijn manipulatieve talent. Hij weet zichzelf telkens te positioneren als de enige stabiele factor.
Toen zijn derde kabinet viel over de toeslagenaffaire, trad hij af, nam “de volle verantwoordelijkheid, ” en beloofde vernieuwing. Drie maanden later stelde hij zich opnieuw kandidaat, en won. Dezelfde partijen vormden opnieuw een regering. De “nieuwe bestuurscultuur” bleek de oude met een nieuwe slogan.
Het patroon, vallen, excuses, terugkeren, is zijn handelsmerk geworden. Het heeft de bevolking murw gemaakt en de norm voor eerlijk bestuur verlaagd.
De uitholling van de democratie
Het diepere gevolg van Rutte’s leiderschap is niet het aantal schandalen, maar het verlies aan vertrouwen. Onder zijn bewind is de kloof tussen burgers en politiek groter geworden.
Waar Nederland ooit bekendstond om openheid, heerst nu een cultuur van afscherming. Journalisten klagen dat informatieverzoeken maandenlang worden vertraagd of geweigerd onder het mom van “intern beraad”, een rechtstreeks gevolg van de Rutte-doctrine (Transparantie in verval, Follow the Money).
Ondertussen is het sociale vangnet uitgehold. De woningnood, de geprivatiseerde zorg en top-down milieuregels hebben gewone burgers vervreemd van hun regering. Rutte is voor velen het gezicht geworden van een Haagse elite die excuses aanbiedt, maar niets verandert.
Syp Wynia schreef in Wynia’s Week: “Rutte is geen liberaal, geen conservatief, geen progressief. Hij is een vacuüm waarin verantwoordelijkheid verdwijnt.”
Het Europese masker
Internationaal profileert Rutte zich als de verstandige zuinige noorderling, de man van discipline en begrotingsorde. Hij maakte deel uit van de “Vrekkige Vier” met Oostenrijk, Denemarken en Zweden, die zich keer op keer tegen Europese geldverspilling keerden.
Maar die reputatie is schijn. Terwijl hij in Brussel pleitte voor zuinigheid, liet hij in eigen land grote bedrijven profiteren van belastingtrucs en subsidies (Nederland belastingparadijs voor multinationals, Het Financieele Dagblad).
In Europa preekt hij verantwoordelijkheid, in Nederland praktiseert hij ontwijking. Het dubbele gezicht dat hem thuis in stand houdt, werkt ook internationaal.
Het morele vacuüm
De kern van Rutte’s leiderschap ligt in zijn ideologische leegte. Hij noemde zichzelf ooit “een man zonder visie, ” en zei dat “visie als een olifant is die het uitzicht belemmert” (De Telegraaf-interview, 2013). Het klonk grappig, maar was in wezen eerlijk. Zijn politiek draait niet om idealen, maar om beheer, management en imago.
Wanneer morele keuzes zich aandienen, tussen burger en overheid, tussen openheid en controle, kiest Rutte steevast voor het gemak. Zijn afstandelijkheid stelt hem in staat om oprecht excuses aan te bieden en zichzelf even later tegenspreken.
Zijn talloze verontschuldigingen, “we moeten lessen trekken, ” “het spijt me, ” “ik neem mijn verantwoordelijkheid”, zijn hol geworden. Ze zijn geen erkenning van schuld, maar instrumenten van overleving.
Het einde dat geen einde was
Toen Rutte in 2023 zijn vertrek aankondigde na opnieuw een kabinetsval, dachten velen dat het eindelijk voorbij was. Hij verklaarde dat hij de politiek zou verlaten. Maar binnen enkele maanden doken berichten op dat hij zich voorbereidde op een nieuwe baan, bij de NAVO.
De ironie is treffend: de man die zijn carrière bouwde op geheimhouding en ontkenning, wil leidinggeven aan een bondgenootschap dat draait om vertrouwen en transparantie. Critici in Europa waarschuwden dat zijn verleden van ontwijking hem ongeschikt maakt (Rutte’s bid for NATO chief raises eyebrows, Politico Europe).
Of hij die functie krijgt of niet, zijn erfenis in Nederland ligt vast: een land dat moe is van excuses, dat zijn leiders niet meer gelooft, en dat politiek vooral nog ziet als theater.
De erfenis van de liegende Nederlander
Mark Rutte zal niet worden herinnerd om grootse hervormingen of morele moed, maar om het normaliseren van oneerlijkheid. Hij maakte liegen tot bestuursstijl en vergeetachtigheid tot dekmantel.
Zijn regeerperiode laat zien hoe een democratie niet ten onder gaat aan geweld, maar aan uitputting; niet aan censuur, maar aan de eindeloze glimlach van een premier die verantwoordelijkheid ontloopt. Hij regeerde als de beheerder van ontkenning, de verkoper van optimisme, de meester van betekenisloze excuses.
Zijn talent lag niet in inspiratie, maar in manipulatie. Hij begreep dat in een mediacultuur perceptie zwaarder weegt dan waarheid, en dat een rustige toon genoeg is om morele leegte te verbergen.
Nederland lijkt op hem gaan lijken: beleefd aan de buitenkant, cynisch van binnen. Zijn vertrek zal de cultuur die hij schiep niet zomaar uitwissen. Het zal jaren duren om de normalisering van leugenachtigheid terug te draaien.
Hij is, in elke zin van het woord, de liegende Nederlander, de man die glimlachend door elk schandaal fietste, tot de leugen zelf het systeem werd.